Nieuwsbericht

Welke gevolgen heeft de accijnsverhoging op diesel voor uw vloot?

Geplaatst op
De federale regering wil het prijsverschil tussen diesel en benzine wegwerken. Tot 2018 stijgen de accijnzen op diesel en dalen ze voor benzine. Welke gevolgen heeft dat voor uw vloot? “Ons advies is: ga wat flexibeler met het wagenpark om”, zegt Pieter Goossens, manager Marcom & Innovation.

Sinds 1 november 2015 zijn de accijnzen op diesel verhoogd. Per tankbeurt van 50 liter betaalt u 2 euro meer. In 2017 en 2018 komen daar nog eens 2 en 3 euro bij. Benzinerijders betalen sinds 1 november 1,30 euro per tankbeurt van 50 liter minder. Ook de volgende twee jaren gaat er telkens 1,30 euro af. Tegen 2018 zullen beide brandstoffen aan de pomp ongeveer evenveel kosten. Met die maatregel wil de federale regering minder vervuilende benzinewagens promoten.

Een dieselwagen stoot minder CO2 uit dan een die op benzine rijdt. Waarom verhoogt de regering dan de accijnzen?
Pieter Goossens: “Gezonde lucht gaat niet alleen over CO2. Benzine scoort veel beter op andere aspecten van luchtkwaliteit. Daarom verhoogt de regering de accijnzen op diesel. Diesel is een goede oplossing voor mensen die elke dag lange trajecten rijden aan een stevig tempo. Maar als een werknemer meestal kleine afstanden aflegt, raakt de motor nooit echt opgewarmd en is diesel veel vervuilender. Zulke mensen kiezen beter voor een benzine of hybride.”

De meeste leasingwagens rijden vandaag op diesel. Is de accijnsaanpassing een reden om naar benzine over te schakelen?
Pieter Goossens: “Tot voor kort was diesel de voordeligste keuze voor uw vloot. Vandaag is het beeld genuanceerder. Traditioneel gaat een bedrijf ervan uit dat een werknemer 30.000 of 35.000 kilometer per jaar aflegt met zijn leasingwagen. In dat geval blijft diesel meestal de beste optie: een dieselwagen verbruikt minder en de herverkoopwaarde ligt (voorlopig nog) hoger. Maar lang niet iedereen rijdt ook effectief 30.000 kilometer per jaar. In heel wat bedrijven legt een kwart van de werknemers minder dan 20.000 kilometer af, vaak op korte trajecten. Als je rekening houdt met de brandstofprijzen in 2018, bestel je voor die mensen beter een benzinewagen. Dat is goedkoper en beter voor het milieu.”

Zijn er al veel bedrijven die hun wagenpark aanpassen?
Pieter Goossens: “Veel car policy’s laten vandaag alleen dieselwagens toe, als gevolg van de gunstige dieselprijzen in het verleden. Ons advies aan klanten is: ga wat flexibeler met het wagenpark om. Het loont de moeite om ook benzinewagens en elektrische of hybride voertuigen toe te laten. Heel wat werknemers staan open voor alternatieven. Ze lezen over de impact op het milieu en de technische problemen die een dieselwagen kan krijgen als hij weinig kilometers aflegt. Maar voorlopig zien we bij de werkgevers weinig bewegen. Veel fleetmanagers beseffen wel dat ze beter afstappen van de vaste keuze voor diesel. Maar ze worstelen met de vraag: wat komt er in de plaats? Want ze willen mensen wel ongeveer dezelfde wagen blijven geven.”

Kunnen bedrijven advies vragen bij hun keuze?
Pieter Goossens: “De accountmanagers van Athlon helpen u graag om voor uw vloot de meest optimale formule uit te zoeken. De keuze is van meerdere factoren afhankelijk. Ook al kosten diesel en benzine straks evenveel, het leasebedrag zal nooit helemaal gelijk zijn. Het verbruik van een benzinewagen ligt bijvoorbeeld iets hoger. Het ‘voordeel van alle aard’ van een dieselwagen is ook iets goedkoper vanwege de lagere CO2-uitstoot. Op andere vlakken scoort een benzinewagen dan weer beter. Het totale verschil is meestal minimaal, maar 10 of 20 euro per maand is nog altijd 120 of 240 euro per jaar. Het blijft dus een moeilijke afweging. In bedrijven waar werknemers zelf hun kilometers en de looptijd van hun wagen kunnen ingeven, zien we dat 20 tot 30 procent voor een benzinewagen kiest. In een traditionele vloot is dat 2 procent. Werknemers nauwer betrekken bij de keuze voor een voertuig is dus beslist een goede zaak.”

Terug naar nieuwsoverzicht