Nieuwsbericht

Hoe goed kent u de fietsregels?

Geplaatst op
Op de fiets ziet de wereld er anders uit dan in de auto. Hoe goed bent u nog op de hoogte van de verkeersregels die gelden als u in het zadel zit? Enkele stellingen op een rijtje.
  1. Als fietser hebt u nooit voorrang op fietsoversteekplaatsen.
    In tegenstelling tot een voetganger op een zebrapad heeft een fietser op een fietsoversteekplaats geen voorrang. Ook op een zebrapad hebt u op de fiets geen voorrang. Als u afstapt en met de fiets aan de hand oversteekt, telt u als voetganger en hebt u (op het zebrapad, uiteraard) wel weer voorrang.
  2. In een eenrichtingsstraat mag een fietser alleen tegen de richting in rijden als dat zo aangegeven staat.
    Als fietsers tegen de richting in een eenrichtingsstraat mogen rijden, staat dat aangegeven onder het verbodsbord. Als er geen uitzondering voor fietsers wordt gemaakt, gelden dezelfde regels als voor alle andere weggebruikers en mag u de straat maar in één richting gebruiken.
  3. Als er een fietspad is, moet u niet op het fietspad rijden als dit in slechte staat is.
    Als het gevaarlijker is om op het fietspad te rijden dan op de rijbaan, bijvoorbeeld vanwege een obstakel of omdat het fietspad in té slechte staat is, mag u op de rijbaan rijden. Gebruik uiteraard altijd uw gezond verstand!
    Als er maar aan één kant van de weg een fietspad is, moet u dat fietspad in beide richtingen gebruiken. Als er aan beide kanten van de weg een fietspad is, gebruikt u het fietspad in uw rijrichting.
  4. Als u afslaat, moet u de richting aangeven, tenzij dit te gevaarlijk is.
    Ook als fietser bent u verplicht om uw bedoelingen kenbaar te maken aan andere weggebruikers. Als u wilt afslaan, kunt u de richting aangeven door een arm uit te steken. Maar als u daardoor uw evenwicht zou verliezen, bijvoorbeeld op een kasseibaan, primeert de veiligheid en hoeft u geen arm uit te steken.
  5. In een fietsstraat mogen auto’s fietsers nooit voorbijsteken.
    In een fietsstraat hebben fietsers voorrang op al het andere verkeer; auto’s mogen hier dus geen fietsers voorbijsteken.
    Als u zich niet in een fietsstraat bevindt, mogen auto’s voorbijsteken op voorwaarde dat er minstens 1 meter ruimte tussen auto en fietser is.
  6. Als u als fietser bij een ongeval betrokken bent omdat een automobilist u niet gezien heeft, bent u in fout als u in de verkeerde richting reed.
    Als u aan de verkeerde kant van de baan reed en er de mogelijkheid was om aan de juiste kant te rijden, bent u in fout als u daardoor een ongeval veroorzaakt en de autobestuurder kon verwachten dat er geen verkeer vanuit de verkeerde richting zou komen. Mogelijk oordeelt een rechter dat u beide in fout bent.
  7. In die situatie in de foto hieronder, mag u rechtdoor rijden of rechts afslaan bij rood licht, maar u moet voorrang verlenen aan andere weggebruikers.
    U mag hier rechtdoor rijden of rechts afslaan als het licht op rood staat. Dat wordt zo aangegeven door de verkeersborden onder het verkeerslicht. U moet wel voorrang verlenen aan andere weggebruikers. Als er geen verkeersbord staat, mag u uiteraard niet door het rode licht rijden, ook niet als er geen verkeer aankomt.








Terug naar nieuwsoverzicht