Nieuwsbericht

Nieuwe regels voor de elektrische fiets

Geplaatst op
Vanaf 1 oktober gelden er nieuwe regels voor elektrische fietsen. Waarmee moet u rekening houden als u een elektrische fiets voorziet voor uw werknemers? En hoe zit het nu weer met gewone fietsen?

In plaats van of als aanvulling op een bedrijfswagen kan een bedrijfsfiets een goede optie zijn. Ook in uw portefeuille zult u het verschil voelen. Hoeveel voordeel van alle aard moeten uw werknemers betalen en wat kunt u fiscaal aftrekken? De regelgeving en voordelen verschillen bij elektrische en niet-elektrische fietsen.

Niet-elektrische fiets

Als uw werknemers een bedrijfsfiets gebruiken voor hun woon-werkverkeer of voor zakelijke verplaatsingen, geldt dat niet als voordeel van alle aard. Met andere woorden: noch u, noch uw werknemer betaalt bijkomende belastingen. U moet wel RSZ betalen op het privégebruik van de werknemer. Geeft u aan uw werknemers zowel een bedrijfswagen als een fiets in een ‘6 wielen’-leasingcontract, dan gelden dezelfde regels, zolang ze de fiets gebruiken voor het woon-werkverkeer of zakelijke verplaatsingen, moeten uw werknemers geen voordeel van alle aard betalen.. Als uw werknemers de fiets enkel privé gebruiken, geldt het voordeel van alle aard wel.
De kosten voor de aankoop van een fiets zijn voor 120% fiscaal aftrekbaar. Ook bijkomende kosten, zoals de aankoop van fietstoebehoren of de inrichting van een fietsenstalling, zijn voor 120% aftrekbaar. Voor fietsers geldt ook een niet-belaste kilometervergoeding van 0,22 euro per kilometer voor woon-werk verkeer of zakelijke verplaatsingen.

Elektrische fiets

Sinds 1 oktober worden er drie categorieën van elektrische fietsen onderscheiden:

  • Fietsen met een elektrische hulpmotor (≤ 250 W en ≤ 25 km/u): deze fietsen beschikken enkel over trapondersteuning. De motor geeft aandrijfkracht wanneer de bestuurder actief trapt. De aangekochte fietsen zijn voor 120% fiscaal aftrekbaar. Als u een fiets leaset, is dat voor 100% aftrekbaar. Bovendien betalen uw medewerkers geen voordeel van alle aard op als de fiets voor het woon-werkverkeer worden gebruikt. Ook hier geldt de niet-belaste kilometervergoeding van 0,22 euro per kilometer.
  • Gemotoriseerde fietsen (≤ 1000 W en ≤ 25 km/u): naast trapondersteuning kunnen deze fietsen ook een motor hebben die aandrijfkracht geeft zonder dat de bestuurder actief trapt. Daarom geldt er een minimumleeftijd van 16 jaar en heeft de bestuurder een certificaat van overeenstemming (COC) nodig. Dat certificaat moet men niet op zak hebben, maar wel op een veilige plaats bewaren. Als de motor aandrijfkracht geeft zonder trappen, heeft de bestuurder ook een verzekering nodig.
  • Speed pedelecs (≤ 4000 W en ≤ 25 km/u): bij deze fietsen stopt de trapondersteuning niet bij 25 km/u en kan de bestuurder snelheden tot 45 km/u halen. Daardoor vallen ze niet in de categorie ‘fietsen’, maar in de categorie ‘bromfietsen’ en moet de bestuurder de regels van die categorie volgen. Dat betekent dat hij/zij een nummerplaat, helm en rijbewijs B nodig heeft. Als de fiets een motor heeft die werkt zonder dat de bestuurder trapt, moet de bestuurder een verzekering afsluiten.

Omdat speed pedelecs niet tot de categorie ‘fietsen’ behoren, krijgen ze geen niet-belaste kilometervergoeding en worden ze ook niet voor 120% terugbetaald bij aankoop. Federaal minister van Mobiliteit François Bellot wil ervoor zorgen dat de speed pedelecs toch terugbetaald worden. Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts pleit er dan weer voor om ook voor dit soort elektrische fietsen een kilometervergoeding te voorzien.

Terug naar nieuwsoverzicht