Nieuwsbericht

“Cash for car-regeling biedt meer nadelen dan voordelen voor onze werknemers”

Geplaatst op
Athlon zal zijn werknemers geen cash for car-regeling aanbieden. “Het lijkt ons een rigide take it or leave it-optie: als werknemer kies je of voor een bedrijfswagen of voor een geldsom. Combineren is niet mogelijk.” Aan het woord is Cécile Liénard. Zij legt uit waarom de mobiliteitsvergoeding niet interessant is voor werknemers, noch voor Athlon als werkgever.

Dankzij de cash for car-regeling kunnen werknemers hun bedrijfswagen voortaan inruilen voor een som geld die ze mogen spenderen zoals ze willen. Maar volgens Cécile Liénard heeft de mobiliteitsvergoeding verschillende onvolkomenheden.

Niet voor iedereen 

“De cash for car-regeling moet in principe aan drie regels voldoen. Ten eerste moet de vrijheid van de werkgever en de werknemer gegarandeerd zijn om de maatregel te gebruiken. Ten tweede moet de maatregel even fiscaal aantrekkelijk zijn als een bedrijfswagen. Ten slotte mag de vergoeding geen voor- of nadeel opleveren voor de regering, de werkgever of de werknemer.”

Maar in de praktijk voldoet cash for car niet aan die drie vereisten, volgens Cécile Liénard. “Zo komen niet alle werknemers voor de nieuwe maatregel in aanmerking. Enkel werknemers die de voorbije drie jaar minstens een jaar lang met een bedrijfswagen reden, hebben recht op cash for car. Bovendien moet dat zeker drie maanden het geval zijn voor de aanvraag gebeurt. Startende werknemers vallen dus uit de boot, terwijl de maatregel net voor hen aantrekkelijk kan zijn.”

De som die werknemers krijgen in ruil voor hun bedrijfswagen komt bovendien niet overeen met de totale gebruikskosten, maar wordt berekend op de cataloguswaarde van de auto. “De jaarlijkse vergoeding komt neer op zes zevende van die cataloguswaarde, vermenigvuldigd met 20 procent. Kreeg de werknemer ook een tankkaart, dan wordt daar nog eens 20 procent bijgeteld. Maar de totale gebruikskosten van een auto liggen natuurlijk hoger door onder meer de verzekeringen, de bandenwissel en het onderhoud. Niets daarvan zit verrekend in de cash for car-regeling.”

Een maat voor niets

Komt daar nog bij dat de werknemer geen RSZ-bijdrage moet betalen op zijn maandelijkse vergoeding, maar wel taksen. Ontving de werknemer vroeger andere vergoedingen van zijn werkgever, zoals een fietsvergoeding? Dan vervallen die zodra de cash for car-regeling in voege treedt, tenzij de vergoeding al minstens drie maanden eerder van kracht was. 

Zodra de mobiliteitsvergoeding berekend en vastgelegd is, kan die bovendien niet meer stijgen. “Ze kan hoogstens worden aangepast aan de loonindexering. Voor oudere werknemers vormt dat misschien geen groot struikelblok, maar voor jonge werknemers werkt dat niet echt motiverend.” Ook werknemers met een cash for car-regeling die van werkgever veranderen, kunnen voor een onaangename verrassing komen te staan. “Als die nieuwe werkgever geen cash for car aanbiedt, is de werknemer verplicht om opnieuw over te schakelen op een bedrijfswagen. Voor jonge werknemers die dat extra salaris gebruikten om maandelijks hun huis af te betalen, leidt dat tot veel onzekerheid.”

Komt daar nog bij dat de maatregel mogelijk een maat voor niets is om het aantal wagens op onze wegen terug te dringen. “Uit verschillende enquêtes blijkt immers dat veel werknemers die cash zouden gebruiken om een – eventueel tweedehandse – wagen te kopen. De kans is groot dat die auto zelfs vervuilender is dan de gemiddelde bedrijfswagen. De wetgeving vermeldt namelijk nergens dat werknemers hun cash moeten uitgeven aan groene mobiliteitsopties.”

Meer opties met het mobiliteitsbudget

Al deze nadelen in acht genomen, lijkt het de directie van Athlon geen goed idee om de cash for car-regeling in te voeren bij Athlon. Het mobiliteitsbudget, dat normaal gezien in 2019 in voege treedt, lijkt haar veel interessanter. “Dat zal beter inspelen op de behoeftes van onze werknemers, omdat die de mogelijkheid krijgen om een gecombineerde keuze te maken: én een bedrijfswagen in een lagere budgetcategorie én alternatieve mobiliteitsopties én een extra salaris”, aldus Cécile Liénard. Bovendien kunnen ook starters gebruikmaken van de regeling, wordt het budget berekend op de totale gebruikskosten van een wagen, en kan het budget doorheen de jaren evolueren in functie van de verdere loopbaanstappen die een werknemer neemt.

Of het verplicht aanbieden van alternatieve vervoersmogelijkheden echt onderdeel wordt van het mobiliteitsbudget, valt nog af te wachten. “Naar verluidt zou die pijler nog kunnen wegvallen. In dat geval is er mogelijk wel een probleem met de cash for car-regeling. Dat bedrag wordt immers anders berekend dan het mobiliteitsbudget: werknemers die voor cash for car kiezen, moeten geen RSZ-bijdrage betalen op hun extra loon, maar wel taksen. Voor werknemers met een mobiliteitsbudget zou net het omgekeerde gelden. Het zou goed zijn als die discrepantie nog wordt weggewerkt.”

Terug naar nieuwsoverzicht