Nieuwsbericht

Hoe integreren vlootbeheerders de nieuwe WLTP-normen in hun car policy?

Geplaatst op
Sinds de introductie van de WLTP-normen (Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure) botsen heel wat wagenparkbeheerders op vraagtekens en struikelblokken. Dat blijkt uit een studie van Fleet.be. Vooral de fiscale impact van de nieuwe norm roept vragen op.

De fiscale impact van de nieuwe WLTP-norm op bedrijfswagens valt moeilijk in te schatten. Pas na de aankoop van een wagen worden de gevolgen echt duidelijk: in de vennootschapsbelasting, in de ‘voordelen van alle aard’ (VAA) en in de CO2-bijdrage van de werkgever. Met deze tips kunnen vlootbeheerders alvast rekening houden.

  • De CO2-uitstoot die op een prijsofferte vermeld staat, ligt soms (veel) lager dan de WLTP-waarde op het kentekenbewijs of het gelijkvormigheidsattest. Het verschil kan oplopen tot meer dan 40 g CO2/km. De FOD Economie raadt aan om kleine verschillen als aanvaardbaar te beschouwen. Bij grote afwijkingen kunnen vlootbeheerders contact opnemen met de Economische Inspectie (meldpunt.belgie.be). Zij kunnen uitzoeken of het al dan niet om bedrieglijke handelspraktijken gaat. Als er echt sprake is van bedrog kan de FOD Economie een waarschuwing of een boete geven (tot 800 000 euro) of het dossier overmaken aan het parket.

  • Op het inschrijvingsbewijs van een nieuwe wagen wordt maar één CO2-waarde vermeld. Bij voertuigen die volgens de WLTP gehomologeerd zijn, is dat de WLTP-waarde. Maar tot en met 31 december 2020 vormen de NEDC 2.0-waarden de wettelijke basis voor fiscale berekeningen (aftrekbaarheid en VAA). Op het gelijkvormigheidsattest van een voertuig staan de twee waarden vermeld. Dat attest vormt dus voorlopig een betere basis om belastingen op te berekenen. De DIV stuurt de twee waarden ook naar alle diensten die bevoegd zijn voor belastingen.

  • Bij discussies over belastingberekeningen baseert de FOD Financiën zich standaard op het inschrijvingsbewijs en niet op het gelijkvormigheidsattest. Om misverstanden te voorkomen kan de DIV best zo snel mogelijk de NEDC 2.0-waarde toevoegen aan het inschrijvingsbewijs. Zolang dat niet gebeurd is, kunnen leasingmaatschappijen, boekhouders en sociale secretariaten zich baseren op de waarde onder rubriek 49.1 op het gelijkvormigheidsattest: die zou onder de huidige regelgeving niet gecontesteerd mogen worden door de federale overheid.

Welke modellen winnen?

Zowel vlootbeheerders als autoconstructeurs worstelen met de nieuwe WLTP-normen. Autobouwers moeten veel van hun modellen herzien om aan de striktere uitstootnormen te voldoen. Daardoor zijn sommige modellen plots niet meer beschikbaar, of wordt de productie op pauze gezet. Ook de rolling resistance, die de impact van opties wagen per wagen beoordeelt, zorgt voor ongerustheid. Het wordt immers heel moeilijk om nog op voorhand te weten welke WLTP-waarde op het inschrijvingsbewijs en het gelijkvormigheidsattest van een wagen zal verschijnen.

Door alle onduidelijkheden is het moeilijk te voorspellen welke automodellen de komende jaren aan het langste eind zullen trekken. De nieuwe WLTP-norm kadert in een Europese transitie naar kleine, duurzame wagens. Maar de kleinste automodellen worstelen net het meest met de nieuwe metingen. Een kleine auto heeft minder ruimte om technieken onder te brengen die de uitstoot verminderen. De kostprijs voor die technieken zal ook zwaarder doorwegen bij een klein, goedkoop model. En bovendien zien kleine automodellen hun CO2-uitstoot in verhouding sterker stijgen dan grote auto’s, die al een hoge CO2-waarde hadden. Het is dus afwachten wat de reële fiscale impact voor verschillende modellen zal zijn.

Vlootbeheerders bereiden zich voor

Hoewel concrete voorspellingen moeilijk zijn, vertoont de fleetmarkt toch een duidelijke tendens naar kleinere, meer duurzame wagens. Uit de jongste Fleet-barometer van het Corporate Vehicle Observatory (CVO) blijkt dat 7 procent van de Belgische bedrijven met bedrijfswagens vandaag elektrische voertuigen in zijn vloot heeft. Niet minder dan 29 procent overweegt in de komende drie jaar elektrische wagens op te nemen. Bij bedrijven met meer dan vijftig firmawagens loopt dat aantal op tot 41 procent. Voor hybrides en plug-in-hybrides ligt de interesse nog hoger: respectievelijk 53 en 51 procent van de bedrijven met veel firmawagens overweegt hybride aandrijvingen.

Ook alternatieven voor de bedrijfswagen winnen stilaan terrein. Zo’n 9 procent van de bedrijven met bedrijfswagens biedt werknemers vandaag een mobiliteitsbudget aan. Dat aantal zou de komende drie jaar kunnen oplopen tot 24 procent (in bedrijven met meer dan 250 werknemers zelfs tot 41 procent). Een mobiliteitsbudget laat werknemers toe om een bedrag vrij te verdelen over verschillende vervoermiddelen, om vlotter en milieubewuster op het werk te raken. In veel gevallen sluit zo’n mobiliteitsbudget een bedrijfswagen niet uit, maar maakt een (weliswaar kleinere) wagen deel uit van een breder pakket. 

Wat houdt de WLTP-norm in?

De WLTP-test meet sinds september 2017 onder meer het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van nieuwe auto’s. De nieuwe procedure test wagens in meer realistische rijomstandigheden, waardoor de uitstootwaarden stijgen.

De WLTP (Worldwide Harmonised Light Vehicle Test Procedure) wordt gebruikt om de CO2-uitstoot, het brandstofverbruik en het elektrisch bereik van lichte voertuigen te bepalen. De test vervangt de gekende NEDC, die op technologisch vlak achterhaald is. De nieuwe WLTP gaat uit van meer realistische testomstandigheden. Zo wordt onder meer de maximumsnelheid opgetrokken van 120 naar 131 kilometer per uur. De WLTP-test houdt ook rekening met een realistischer rijgedrag en meer acceleraties en vertragingen door files en stadsverkeer. Daardoor gaan de gemeten uitstootwaarden van heel wat ‘milieuvriendelijke’ automodellen de hoogte in.

Basis voor fiscaliteit

Tot 31 december 2019 moeten alle WLTP-waarden worden teruggerekend naar NEDC-waarden, volgens een procedure die door de EU werd ontwikkeld. Die teruggerekende waarden noemen we de NEDC 2.0-waarden. Ze zullen in België tot nader order de basis vormen voor de fiscaliteit.

Terug naar nieuwsoverzicht