Nieuwsbericht

Grote trends uit het Mobiliteitsverslag 2018

Geplaatst op
De Vlaming grijpt steeds vaker naar mobiliteitsdiensten om zich te verplaatsen. Is een eigen auto niet langer heilig? De Vlaamse Mobiliteitsraad (MORA) publiceerde recent haar jaarlijkse Mobiliteitsverslag en haalt enkele opvallende trends aan.

Het Mobiliteitsverslag is voor de MORA een kans om bij te dragen aan de beleidsvorming. Dit jaar schuift het verslag twee thema’s naar voren die nauw aansluiten bij de actuele beleidsagenda: Mobility as a Service (MaaS) en Vlaanderen als een duurzame logistieke topregio.

Mobiliteit als een dienst

De auto was lange tijd het vervoermiddel nummer één voor de gemiddelde Vlaming. Vandaag zien we dat geïntegreerde mobiliteitsdiensten een aanvulling of alternatief vormen voor die eigen wagen. De nieuwe MaaS-diensten vertrekken meestal van een digitaal platform, bijvoorbeeld een app, die vervoermogelijkheden uitzoekt op maat van de klant: de bus, de trein, een deelauto ... Het platform regelt alles, van gerichte info tot de mogelijkheid om tickets te bestellen en te betalen.

De ontwikkeling van MaaS-platformen wordt vaak aangestuurd uit technologische hoek. Maar ook de maatschappelijke kant van het verhaal verdient aandacht, stelt MORA. De transitie naar MaaS brengt immers kansen en uitdagingen mee voor de verschillende stakeholders.

  • De gebruiker: hij verwacht een dienstverlening die even flexibel en comfortabel is als zijn eigen wagen. Elk MaaS-platform moet dus user-centered zijn. Als dat lukt, kan het eigen autobezit op termijn significant dalen. Minder nood aan parkeerplaatsen betekent ook dat de beschikbare ruimte efficiënter gebruikt kan worden.

  • Ondernemingen: zij hebben een belangrijke invloed op de manier waarop hun werknemers zich verplaatsen. Het gros van de woon-werkverplaatsingen gebeurt nog steeds met een (bedrijfs)wagen. MaaS kan hierop een belangrijke aanvulling zijn. 

  • Mobiliteitsaanbieders: het openbaar vervoer en andere actoren van gedeelde mobiliteit moeten in meer of mindere mate hun huidige dienstverlening omvormen om een rol te spelen binnen een geïntegreerd mobiliteitsgeheel. Daarbij mag de drang naar efficiëntie niet tot vervoersongelijkheid leiden. Ook in regio’s waar de mobiliteitsvraag kleiner (en dus minder rendabel) is, moet het aanbod voldoende ruim en betaalbaar blijven.

  • (Technologie)bedrijven: zij brengen innovatieve concepten op de markt en verleggen de grenzen van de technologische mogelijkheden.

Logistieke topregio

Ook op het vlak van goederenvervoer is geïntegreerde mobiliteit een hot topic. De grote economische poorten van Vlaanderen – de zeehavens en Brussels Airport – zijn steeds minder vlot bereikbaar. Om de positie van Vlaanderen als internationale logistieke hotspot te vrijwaren is een mix van acties en maatregelen nodig. In haar Mobiliteitsverslag focust de MORA onder meer op:

  • de nood aan een geïntegreerde en doelgerichte visie op logistiek. Vandaag zit het thema versnipperd over verschillende beleidsdomeinen en -niveaus.

  • het probleem van ruimtelijke versnippering. Dat zorgt ervoor dat goederenstromen en activiteiten moeilijk gebundeld kunnen worden. Het nieuwe Beleidsplan Ruimte Vlaanderen moet dit (op langere termijn) helpen rechttrekken.

  • de fragmentatie in de logistieke sector. Als stouwers vooraf niet weten of de containers die ze lossen per trein, binnenschip of vrachtwagen verder vervoerd zullen worden, kunnen ze die containers niet op de juiste plaats zetten. Ook het vervoer van lege containers kan beperkt worden door meer informatie-uitwisseling.

  • een efficiënter spoorvervoer binnen de haven. Dat is vandaag niet op maat van de cargonoden van bedrijven. Zo is het erg duur om rijpaden aan te vragen en is er nauwelijks ruimte voor aanpassingen aan het schema.

Het volledige Mobiliteitsverslag met alle beleidsaanbevelingen van de MORA kunt u hier inkijken.

Terug naar nieuwsoverzicht