Duitsland

Autovakantie Duitsland

Autovakantie Duitsland

Hier vindt u specifieke regels en tips voor een autovakantie naar Duitsland.

Verplicht

  • Gevarendriehoek in de auto.
  • Reflecterend veiligheidsvest in geval van pech langs de weg.
  • Brildragers moeten een reserve bril bij zich hebben.
  • In de grote steden heeft u een milieusticker nodig. Bestel de sticker hier
  • Voor een aanhangwagen of caravan vanaf 750 kg heeft u in Duitsland een aparte groene kaart nodig. Deze vraagt u aan bij de afdeling Assurantie, 036-5471280 of via dit online aanvraagformulier.

Afstand houden

  • Het is belangrijk om de juiste afstand te bewaren. Voor het berekenen van de correcte minimumafstand in meters tussen u en uw voorligger, deelt u de gereden snelheid door twee. Dit heet in Duitsland halber Tacho. Rijdt u bijvoorbeeld 100km per uur, dan moet u minstens 50 meter afstand houden. Omgerekend in tijd is dat een afstand van 1,8 seconde, ongeacht uw snelheid. Rijdt u op een slecht wegdek, is het glad of heeft u slecht zicht, dan moet u een nog grotere afstand bewaren.
  • In Duitsland treedt de politie streng op als deze regel wordt overtreden. Als u iets minder dan halber Tacho afstand houdt, kunt u al een boete krijgen.

Reizen met kinderen

  • Kinderen tot 3 jaar, mogen uitsluitend in een kinderzitje vervoerd worden en er moet een veiligheidsgordel aanwezig zijn.
  • Kinderen van 3 jaar en ouder met een lengte onder 1.50m mogen niet voorin worden vervoerd als kinderzitje of veiligheidsgordels ontbreken.
  • Kinderen tot 12 jaar met een lengte onder 1.50m, moeten op zitplaatsen voorzien van veiligheidsgordels in een goedgekeurd kinderzitje of op een voor goedgekeurde zittingverhoger worden vervoerd.
  • De airbag moet uitgeschakeld zijn, als een kind voorin in een kinderzitje wordt vervoerd, met de rug naar voren.

Reizen met huisdieren

  • Uw hond mag alleen met een speciale hondengordel vervoerd worden. Ook in een reiskennel of achter een rek mag de hond worden vervoerd.

Flitspaalsignalering

  • Het is verboden radardetectieapparatuur mee te nemen en/of te gebruiken.
  • Apparatuur met trajectcontrole- of flitspaalsignalering (bijvoorbeeld telefoons, navigatiesystemen, tablets of laptops) mag niet worden meegenomen en/of gebruikt, tenzij de functie voor flitspaalsignalering wordt uitgeschakeld. Het beste is, alle flitspaalinformatie van deze apparatuur te verwijderen.

Verlichting

  • Overdag bent u alleen verplicht licht te voeren als door regen, mist of sneeuw het zicht minder dan 50m is.
  • Het advies is om overdag sowieso dim- of dagrijlicht te voeren.
  • In tunnels moet dimlicht worden gevoerd.
  • Alleen als het zicht minder dan 50m is, mogen mistachterlichten worden gebruikt.

Lading

  • De lading mag niet naar voren uitsteken.
  • Lading mag maximaal 1.50m naar achteren uitsteken. Wordt de lading vervoerd over een afstand van minder dan 100km, dan mag deze maximaal 3m uitsteken.
  • Steekt de lading meer dan 1 m naar achteren uit, dan moet deze voorzien zijn van een helrood schild van 30x30cm of een helrode vlag van 30x30cm (aangebracht op een dwarsstang). Als het donker is, moet een achterlicht of reflector aan het uiterste uiteinde van de lading worden aangebracht.

Fietsen

  • Aan weerszijden van de auto mogen fietsen maximaal 40cm uitsteken. De totale breedte van de auto met fietsdrager mag niet meer dan 2.55m zijn.

Slepen

  • Bij slepen mag niet harder dan 80km per uur worden gereden.
  • Op de autosnelweg mag uiterlijk tot de eerste afrit gesleept worden.
  • Het slepen is toegestaan tot de dichtstbijzijnde garage.
  • Het is verboden een voertuig de autosnelweg op te slepen.
  • Het trekkende en gesleepte voertuig dienen beide alarmlicht te voeren.

Dashboardcamera

  • Gebruik van een dashboardcamera (dashcam) wordt afgeraden. Dit heeft te maken met eventuele belemmering van het zicht en de privacywetgeving. Op de beelden kunnen namelijk personen direct of indirect (via de kentekenplaat) worden geïdentificeerd. Het publiceren van deze opnames is meestal niet toegestaan.