Autovakantie Frankrijk

Autovakantie Frankrijk

Hier vindt u specifieke regels en tips voor een autovakantie naar Frankrijk.

Verplicht

  • Gevarendriehoek in de auto.
  • Reflecterend veiligheidsvest in geval van pech langs de weg.
  • Vanaf 1 juli 2012 is het in Frankrijk verplicht om twee blaastuitjes (alcoholblaastest) in de auto te hebben, voorzien van het NF-keurmerk (Norm Française). De blaastuitjes zijn hier te verkrijgen.
  • Brildragers moeten een reserve bril bij zich hebben.
  • Sinds 1 januari 2017 is de binnenstad van Parijs aangewezen als milieuzone. Op doordeweekse dagen tussen 8.00 en 20.00 uur is een milieusticker verplicht. Deze maatregel geldt sinds 1 april 2017 ook voor auto’s met een buitenlands kenteken. De milieuzone is het gebied binnen de ringweg, de Boulevard Périphérique. Rijdt u alleen op de ringweg of daarbuiten, dan heeft u geen milieusticker nodig. Meer informatie vindt u op de website van de ANWB. U kunt hier de milieusticker bestellen.

Reizen met kinderen

  • Kinderen met een gewicht tot 13kg moeten in een baby- of kinderautostoeltje worden vervoerd met de rug naar voren.
  • Kinderen met een gewicht tussen de 9 en 18kg moeten in een kinderzitje worden vervoerd.
  • Kinderen tot 3 jaar mogen niet op een zitplaats zonder veiligheidsgordels worden vervoerd.
  • Kinderen tot 10 jaar moeten worden vervoerd in een passend en goedgekeurd kinderzitje of ze moeten, als deze voor hen geschikt is, een in hoogte verstelbare veiligheidsgordel dragen.
  • Kinderen tot 10 jaar met een gewicht vanaf 15kg, worden vervoerd op een zittingverhoger met een normale veiligheidsgordel om.
  • Kinderen tot 10 jaar mogen uitsluitend op de voorstoel worden vervoerd als:
    - er geen achterbank in de auto aanwezig is
    - er geen veiligheidsgordels aanwezig zijn op de achterbank
    - de achterbank volledig bezet is met kinderen die jonger zijn dan 10 jaar
    - de airbag is uitgeschakeld en ze in en geschikt kinderzitje worden vervoerd met de rug naar voren

Flitspaalsignalering

  • Het is verboden radardetectieapparatuur mee te nemen en/of te gebruiken.
  • Apparatuur met trajectcontrole- of flitspaalsignalering (bijvoorbeeld telefoons, navigatiesystemen, tablets of laptops) mag niet worden meegenomen en/of gebruikt, tenzij de functie voor flitspaalsignalering wordt uitgeschakeld. Het beste is, alle flitspaalinformatie van deze apparatuur te verwijderen. Informatie over gevarenzones is op een navigatiesysteem wel toegestaan.

Verlichting

  • Overdag bent u alleen verplicht licht te voeren als het zicht slecht is.
  • Het advies is om overdag sowieso dim- of dagrijlicht te voeren.
  • In tunnels moet dimlicht worden gevoerd.

Lading

  • De lading mag niet naar voren uitsteken.
  • De lading mag maximaal 3m naar achteren uitsteken.
  • De lading mag maximaal 2.55m breed zijn.
  • Steekt de lading meer dan 1m uit, dan moet deze voorzien zijn van een reflecterend bord.
  • De uitstekende lading moet ’s nachts en bij slecht zicht ook voorzien zijn van een rood licht.

Slepen

  • Slepen op een autosnelweg is verboden, behalve als het door een sleepdienst wordt uitgevoerd.
  • Slepen is op andere wegen wel toegestaan.

Apparatuur met een scherm

  • Gebruik van navigatieapparatuur is toegestaan.
  • Tijdens het rijden mag er geen apparatuur met een scherm binnen het gezichtsveld van de bestuurder zijn, zoals een videospel of dvd-speler.
  • De bestuurder mag apparatuur met een scherm alleen aanraken of bedienen als het voertuig op een veilige plek geparkeerd staat.

Dashboardcamera

  • Gebruik van een dashboardcamera (dashcam) wordt afgeraden. Dit heeft te maken met eventuele belemmering van het zicht en de privacywetgeving. Op de beelden kunnen namelijk personen direct of indirect (via de kentekenplaat) worden geïdentificeerd. Het publiceren van deze opnames is meestal niet toegestaan.